|
In de afgelopen 2 decennia is de kennis over kattengedrag enorm toegenomen. Dit is goed nieuws, want door te weten waarom een kat bepaalde gedragingen vertoont zijn er tegenwoordig veel meer mogelijkheden om eventueel probleemgedrag op te lossen! Katten hebben over het algemeen een enorm groot aanpassingsvermogen waardoor ze snel in kunnen spelen op wisselende omstandigheden. De meeste katten leren snel nieuwe gewoontes aan, zeker wanneer hen dit iets oplevert (voedsel of aandacht bijvoorbeeld). Eenmaal aangeleerde gedragingen weer afleren is echter lastiger, vooral omdat straffen bij katten averechts werkt. Een kat is namelijk in eerste instantie gericht op zijn of haar omgeving (het zijn territoriale dieren) en pas daarna op de groep. Doordat sociale interactie op de tweede plaats komt kun je dus, anders als bij honden, minder goed gebruik maken van de behoefte van een kat om 'bij de groep te horen'. Door te straffen wordt een kat juist wantrouwig en als er sprake is van probleemgedrag verergert dit meestal wanneer we gaan straffen. In tegenstelling tot wat vroeger vaak gedacht werd zijn katten geen solitaire dieren; ze stellen gezelschap wel degelijk erg op prijs! Deze gedachte kwam voort uit het feit dat katten solitaire jagers zijn. Om aan voedsel te komen in het wild gaan ze op jacht, en dit doen ze in hun eentje. Een kat die als huisdier gehouden wordt hoeft natuurlijk niet meer op jacht te gaan om aan voedsel te komen. Dit instinct zal echter nooit verdwijnen, dus een kat afleren om op muizen of vogels te jagen is geen optie, daarvoor is dit instinct te diep verankerd in hun genen. Wat we wél kunnen doen is de leefomgeving van de kat dusdanig aanpassen dat zich gewenst gedrag ontwikkelt zonder tegen de natuur van deze geweldige dieren in te gaan. Wanneer we willen dat katten bepaald gedrag minderen of stoppen zullen we dan ook als eerste op zoek moeten gaan naar de specifieke oorzaken van dit gedrag. Als we dit weten hebben we de sleutel in handen om katten dingen aan en af te leren.
|